Cubaanse bloemen
in meer opzichten
Mag ik U voorstellen: CUBANFLOWERS, een geheel nieuwe spruit aan de blogboom. Deze blog gaat over Floor, haar man Eduardo, en de dochters Sofia en Eva die sinds half april van dit jaar op Cuba wonen. De titel slaat natuurlijk op deze vier bloemen van jonge en heel jonge mensen, allen geheel tweehuizig, drie stampers en een bosje meeldraden, zoals gebruikelijk bij onze soort. Maar ook op de wilde, tropische flora van het Cubaanse eiland in de Caraïbische zee, waar onze hittegolven en milde winters vandaan komen met de Golfstroom. Want schreef Charles Darwin al niet in zijn Beagle diary op woensdag 28 september 1836: "Hence, a traveller should be a botanist"? Genoeg, meer dan genoeg, want botanisch geneuzel, zeker in het potjeslatijn en deftig negentiende-eeuws Engels, verveelt jammer genoeg velen snel. De titel slaat dan ook op de al dan niet Spaanstalige stijlbloemen en de bloemrijke taal van dit charmante blogje. Geniet ervan, zou ik zeggen. Er komen ook foto's in de tekst, uiteraard, maar dat moet nog uitgezocht worden, technisch. Vandaar dat we geheel in stijl met een prachtige Cubaanse bloem beginnen: geniet van deze Mariposa of vlinderbloem.
"We beginnen
langzaamaan
te landen"
langzaamaan
te landen"
Trinidad, zaterdag 27 april 2013,
Zaterdagochtend vroeg, Trinidad wordt wakker met het geluid van reggaeton en klotsend water. Vandaag is het “el dia de botar agua”, de dag dat je water mag laten weglopen over de straat en dus de dag dat de speakers vol open gaan en elke rechtgeaarde Cubaanse huisvrouw het hele huis onder handen neemt. En dat gebeurt hier niet met een sopje en een dweiltje, nee, emmers water worden er door de huiskamer gespoeld.
Een week zijn we nu in Trinidad en we beginnen langzaamaan
te landen. De eerste dagen waren we moe, moe van de lange reis en de
inpakstress, gammel van de jetlag en suf door de hitte. De reis - daar ga ik
niet al te zeer over uit weiden - was vreselijk! Ik geloof dat we wel 11
stukken bagage (4 koffers; 3 fietsen; 1 gitaar; 1 autostoel; 1 kinderwagen en
een heleboel handbagage) bij ons hadden, die we maar met moeite mochten
inchecken bij de streng kijkende Vlaamse grondstewardess, na een doorwaakte
nacht op de luchthavenbankjes. De vlucht was lang en ongemakkelijk, ik en de
meiden misselijk, gelukkig wel veel geslapen. Eenmaal aangekomen in Cuba
wachtte ons nog de Cubaanse douane, die alle koffers open wilde zien en van elk
stuk gereedsc hap wilde weten wat het was en waar het voor diende en dan in een
heel klein boekje ging opzoeken hoeveel er voor betaald moest worden om het mee
het land in te nemen. Maar de uiteindelijke rekening viel erg mee na wat heen
en weer gesoebat en alle hamers, onderhamer, pianoviltstukken, boormachines en
Legoblokjes mochten het land in.
Inmiddels zijn alle drie de meegebrachte fietsen in elkaar
gezet en heeft Sofia haar eerste rondjes al door het parque geracet, na een verfrissende regenbui een van de eerste
dagen hier. Eva heeft haar eerste duik in de zee al genomen en vond het
heerlijk. Op een enigszins bewolkte middag reden we in een oude Moskovich naar
het strand, waar verse pargo werd
geroosterd voor twee Canadese toeristen. Wij werden ook uitgenodigd voor de
picknick, maar abuelo had die ochtend net ook eenzelfde vis ontschubd in de
achtertuin, dus we sloegen af. Eva voelde voorzichtig aan het zand, Sofia dook
gelijk in de golven en was niet uit de branding weg te slaan.
De eerste dagen liet Eva mij niet verder dan één meter bij
haar vandaan gaan, maar inmiddels lacht ze naar iedereen en amuseert zich
kostelijk met de abuelos, hoewel mama nog steeds de veilige haven is. Sofia is
nog wat verlegen en durft niet zo goed Spaans te spreken, maar neemt het
Cubaanse leven in zich op vanachter de tralies voor het raam. Urenlang zit ze
naar het leven op straat te kijken en roept ons als er brood, galletas, tomaten
of habichuelas verkocht worden. Ook gaat ze graag mee achter op de fiets voor
allerlei booschappen, vanochtend tegels uitzoeken voor de kale vloer van de
keuken en eetkamer; verf halen (roze!) voor het kamertje van de meisjes;
mango’s halen voor de familie in Havana. En stiekem begint ze wat Spaanse
woordjes te spreken: papi vamos! Abuelo ven! Nog even en ze praat waarschijnlijk
Cubaanser dan wij bij elkaar. Ze mist wel haar vriendjes en is blij als er
bezoek met kinderen komt, zodat ze iemand heeft om mee te spelen. Haar grote
vriendin is nichtje Marian, die haar nagels roze lakt en tekeningen met haar
maakt.
Het voelt nog een beetje raar voor ons, alsof we op vakantie
zijn, maar zo is het nu natuurlijk niet helemaal. Er moet best nog wat aan het
huis gebeuren en ook wat papierwerk geregeld worden, dus we weten soms niet
waar te beginnen, dus ik hou me voorlopig vooral met de meisjes bezig en
Eduardo met fietsen in elkaar zetten, lampen ophangen en wasmachines
installeren. Als er ’s middags schaduw
op de patio is, vullen we een opblaasboot met water en laten de meisjes lekker
spetteren. Zo zoeken we langzaam naar een nieuw ritme hier. We missen iedereen,
maar tegelijkertijd is het ook fijn om hier vrienden en familie weer te zien.
Dat zal wel zo blijven.
Binnenkort weer bericht, Eva is inmiddels wakker gekraaid
door de haan van de buren en een andere buurman die heel hard met een hamer op
een stuk ijzer slaat. Heel veel liefs van ons alle vier!
FLOOR

Geen opmerkingen:
Een reactie posten