zondag 13 oktober 2013


Kaasjeskruid, de noordwestelijke Mini-kapok, een wild groeisel.

Het blad van kapok: handvormig en los, waar het Kaasjeskruidblad ongedeeld is. 


Hoe enorm de kapokboom ook wordt, zijn bloemen lijken op die van Kaasjeskruid: veel meeldraden en 5 kroonblaadjes.


  Tropische planten
 en neven en nichten in
 noorden en zuiden
Zo gaat de Kapokboom verder: een stam met dikke,witte stekels, maar dan vele malen dikker dan deze en minimaal 70 meter hoog met plankwortels. FOTO'S  INTERNET


Kijk,  dat vind ik nou zo mooi aan planten: als je ze eenmaal gevonden hebt, dan heb je ook alle tijd om ze te bekijken in al hun blad- en bloemenpracht. Ze rennen niet weg, ze blaffen of bijten en krabben niet. Vliegen je niet aan met hoorns of poten te klauw. Maar wiegen juist met hun bloemen of vruchten in alle kleur- en vormrijkdom zachtjes op en neer in een zoel windje onder je neus. Daarbij kunnen ze flink stinken, maar ook heerlijk geuren. Je kunt een bloemetje plukken, nota bene het geslachtsorgaan van een plant, of een blad, vergelijkbaar met een hand, de plant zal zich niet echt verweren of gaan gillen. Daarom houd ik van planten, sterker nog, ik ga vaak voor ze op m mijn knieën, alsof ik ze aanbid. Alsof?


  Planten blijven altijd staan, waar ze staan, de dapperen, onverschrokkenen. Helemaal weerloos, onschuldig of naïef  zijn ze niet: vaak met sterke gifstoffen in hun sapstroom, forse weerhaken, stekels, doornen en brandharen verweren ze zich tegen plukken of afgrazen. Hun belangrijkste bijdrage aan onze planeet is de productie van zuurstof via fotosynthese, de aanmaak wereldwijd van gezonde voeding; denk eens aan rijst, granen en fruit. Planten versieren niet alleen onze planeet, ze dragen nagenoeg alle leven en zullen ook het klimaatprobleem op de lange termijn oplossen door grootschalige opname van het broeikasgas kooldioxide . Ondanks hun dappere standvastigheid hebben planten, bloemen struiken en bomen zich vanuit de altijd lekker warme tropengordel tussen de kerkringen over de hele aardbol verspreid in de loop van miljoenen en miljoenen jaren. Geholpen door vliegpluis, weerhaakjes, windvleugeltjes, stofzaad en allerhande andere trucs zijn alle plantenfamilies door de klimaatgordels op weg gegaan en hebben hun uiterlijk en verdedigingsmiddelen tegen de kou en nieuwe vraatzuchtige beesten aangepast.


  Zo is de stelling gerechtvaardigd dat nagenoeg alle tropische planten verre neven en nichten hebben in de subtropen en ook het hoge noorden. Dat dank je de koekoek, hoor ik nu iemand hardop denken. De plantkunde als wetenschap is door Carl von Linné  (Carolus Linnaeus, afgestudeerd aan de universiteit van Harderwijk) in de achttiende eeuw opgezet. Geen wonder dat men door vergelijking alle tropische planten heeft getracht onder te brengen in de al langer beschreven Europese soorten. DNA-onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat er ook van werkelijke verwantschap op basis van genen sprake is.


Op de biologische historie of evolutie van planten kunnen we ons nauwelijks verlaten. Dieren, vooral hele grote laten hun dikke botten en hoorns en tanden in de aardkorst achter als fossiel. Maar wat blijft er, ocharme,  van tere stengeltjes, takjes, bloemetjes en blaadjes over na miljoenen en miljoenen jaren? Een afdruk in leisteen, zandsteen of kalksteen, als je geluk hebt. Er is nog het nodige bekend van hoe planten ontstonden en hoe ze zich door de aardgeschiedenis hebben heengeslagen als echte overlevers. Hoe ze zich ontwikkelden uit groene algen en de eerste miljoenen jaren alleen bestonden uit vorkachtig vertakte steeltjes met een bolletje aan het eind, waarin sporen zaten. Na sporen kwamen zaden, eerst naakte zaden, daarna zogenoemde bedektzadigen. In de vroegste tijden geen blaadjes, geen bloemen en weinig gave fossielen of fossiel afdrukken omdat rottend plantenmateriaal in water bijeendreef en bewaard bleef als ‘haksel’, een soort onontwarbare andijviestamppot, maar dan superoud. In het Devoon, 410 tot 360 miljoen jaar geleden, zien we iets dat op boompjes van een paar meter lijkt en de eerste zaadplanten, maar in het Carboon, het volgende geologische tijdvak gaat de plantenwereld helemaal los in een bijna totale bosbedekking van alle continenten met moerassen vol woudreuzen als hoogtepunt. Pas in het Krijt (145 tot 66 miljoen jaar geleden) gaan de eerste bloemen open. Van Magnolia-achtigen en een Chinese bloeiende plant zijn afdrukken gevonden. De planten, bloemen en bomen van vandaag de dag zijn dus in hun huidige vorm betrekkelijk recent ontstaan. Anders dan bij dieren zijn geen lange afstammingslijnen vast te stellen of verwantschappen te baseren op gezamenlijk voorouders. Kijken en vergelijken en ook DNA-onderzoek moet het enorme plantenrijk dus ordenen. Op internet is de website van Hans Steur geheel aan fossiele planten gewijd: www.fossieleplanten.nl  op basis van zijn in vele jaren verzamelde afdrukken en versteningen. Indrukwekkend en boeiend!


 
  Kikken, dat vind ik het! Om in een boek als ‘Elseviers Gids van Tropische planten’ (1982) na te slaan, dat de koffiestruik thuishoort in de familie van de Walstro-achtigen. De tropische koffie ziet eruit als een glanzend groene rododendronstruik vol met groene en rode bessen, maar als je de gedetailleerde foto’s op het net bekijkt van de bloemen, dan zie je dat de  felwitte stervormige bloemen net zo in kransjes gerangschikt staan rond de stengel als die piepkleine bloemetjes van  tuinplaaggeesten als Kleefkruid of als Kalkwalstro in de bermen van het Limburgse Mergelland. Bij die vergelijking moet ik de aandrang onderdrukken om ongebrande bonen in potjes op de vensterbank te gaan zaaien en beschutte zuidplekjes in mijn tuin te gaan zoeken voor mijn eigen koffieplantage. Of op de zaadjes van de hier groeiende walstrootjes te gaan roosteren. Natuurlijk: verspilde moeite na een nachtvorstje in oktober of mei

.
Van de orchideeënfamilie, ruim dertigduizend soorten groot wist iedereen het natuurlijk al: Dat die prachtige rode, paarse, witte en groengeelachtige bloemaren,zeldzaam in bermen en langs bospaden in Europa rechtstreeks ‘noonk en tant’ moeten zeggen tegen die prachtige grote gebeeldhouwde bloemkunstwerken in de oksels van regenwoudbomen in de tropen. Bij ons worden soms hele velden en graslanden vol met deze prachtige schatjes elk jaar weer afgemaaid door pure onkunde van Rijkswaterstaatkloten en hun trawanten. Soms zijn echt geïnteresseerde mensen diep teleurgesteld als ze zien hoe petieterig klein onze Europese deetjes zijn vergeleken met hun tropische familie, Maar houdt eens een bloemetje van de Breedbladige Wespenorchis naast een grote Cymbidium, thuis in smoorheet Zuid-Oost-Azië. Die twee zijn afgezien van het verschil in omvang, toch één gezicht.


Breedbladige Wespenorchis, uitvergroot, want heel klein het echt.
Cymbidium-bloem, klassieke tropische orchidee. FOTO'S Internet.



Nog een paar relaties:
* De Franse wijngaardwoekeraar Pijpbloem en de oerwoudliaan Aristolochia met zijn soms meer dan handgrote paarsgeaderde bloemen.

* De prachtig blauwe Ipomoea en ons rose-witte kleine Pispotje of Heggewinde.
* De teakboom hoort thuis in de IJzerhardfamilie (Verbena). De teakfamilie met zijn prachtige duurzame hout, mits gekweekt op plantages, ziet er in onze boreale bermen uit als een nerveus, spichtig kruid met stengels vol pieperige bloemetje. Het kan nauwelijks concurrentie verdragen.
*De avocado is een laurier, maar dan in boomvorm.


* Bombax ceiba en Ceiba pentandra zijn twee namen voor de indrukwekkendste tropische boom die ik totnutoe heb ontmoet in mijn rondlezerij. Kapokboom is de naam, een regenwoudreus die overal war hij voorkomt de nodige meters boven het glanzend groene  tropische bladerdak van het regenwoud uitsteekt, omdat hij ruim zeventig meter hoog kan worden en stevig in de bodem verankerd staat met zijn enorme plankwortels. Ook met grote ronde stekels op zijn stam maakt hij indruk en door het feit, dat zijn takken met de kenmerkende,  spitse  zevendelige  bladeren (als een uitgestrekte hand), dat die takken dus horizontaal van de stam afgroeien. Bombax is een van de geslachtsnamen van een variatie op deze boom, de Indische kapokboom, en dat woord  is in het klassiek Latijn een felle uitroep van verbazing: verdorie, verdikkeme. Nee, he? En dat is terecht, want iedereen, die in het regenwoud tegen deze boom oploopt, om het zo maar eens te zeggen, is onder de indruk van de afmetingen van deze boomreus. Bovendien hebben generaties Nederlandse kolonialen hun kussens en matrassen gevuld met de zaadharen, de kapok, afkomstig uit de enorm lange peulen. De Maya-Indianen in Midden-Amerika (Yucatan, Mexico,) geloofden dat deze enorme boom de verbinding vormde tussen onderwereld, aarde en hemel en noemden hem daarom heilig. Samen met twintig tropische soortgenoten heeft deze knoeperd lang een eigen plantenfamilie gehad, maar modern onderzoek heeft aan het licht gebracht dat hij thuishoort bij zoiets simpels als de Kaasjeskruidfamilie. In het noorden is dat een club van simpele wilde planten, die niet hoger worden dan een kleine meter en vrolijke helpaarse bloemen dragen met vijf kroonblaadjes en een soort poederkwast van vele  meeldraden rond de stamper. Een nederige plant ion variaties als Groot K. Muskus K. en vijfdelig K. De Malvafamilie met daarin ook grotere Kaasjeskruiden, zoals de zeer geliefde Stokrozen in allerlei kleurslagen, zachtroze heemst en knalroze Lavatera. Het is onvoorstelbaar dat zo’n enorme gigant in onze streken genetisch verschrompelt tot zo’n simpel wild plantje. Groot Kaasjeskruid is de allereerste plant die ik al beginnende lagereschoolleerling rond 1956 op naam wist te brengen, vooral aan de hand van de als een kaasje gerangschikt zaden in de verdroogde bloemen. Ik stond op een ruig begroeid (bijvoet, grassen enz.) braakliggend terrein bij de meisjesschool aan de Noormannensingel in Wijkerveld, Maastricht-noord. Misschien was ik zes, zeven? Een opvallen paars bloemetje met donkere strepen op de bloemblaadjes. Gevonden in een simpel boekje over wilde bloemen. Ik was apetrots. Blijkt dat nu een volle neef te zijn van een van de allergrootste woudreuzen. Het moet niet gekker worden.
(Zie ook:http://www.botaniewebsite.nl/kapokboom.html)


  Dat wordt het toch. Want we zijn nu aan de bananenboom gekomen.  De pisang van de Indonesiërsde 香蕉 (xiang1jiao1) van de Chinezen. Dat is de uitzondering op de regel. Om te beginnen is de bananenboom geen boom, want de stam van de plant bestaan uit kunstig om elkaar heen gevouwen en rondgerolde bladeren, die zich aan de top ontvouwen en dan ook de prachtig donkerrode vruchtstengel doorgang verlenen. De banaan is het grootste kruid ter wereld met en hoogte van zes tot tien meter, want er zit geen vezeltje houtwerk aan.

 
Beginnende Cubaanse banaantjes: verwaarloosbare bloemetjes, geen bestuiving en toch heerlijke vruchten. FOTO FLOOR

Geprakte banaan,   dat is vaak het eerste vaste voedsel dat mensenbaby’s over de hele wereld met smaak verorberen als variatie op melk of pap. Deze handig verpakte vrucht in een prachtig geel foedraal is botanisch eigenlijk een wonder, want de meeste gegeten bananen ter wereld, de zoete banaan en de bakbanaan bevatten geen zaden, enkel pulp met als zaadresten wat zwarte vlekjes. Deze bananen kennen geen plantensex, ik bedoel uitwisseling van genen via meeldraden en stamper, want de mannelijke bloemen zijn steriel (geen stuifmeel) en de vrouwelijke bloemen groeien uit tot zaadloze vruchten zonder dat er een bestuiving plaatsvindt. Dat is het resultaat van eindeloos kruisen van wilde soorten al vanaf het jaar 10.000 voor onze jaartelling in Zuid-Oost-Azië, voornamelijk Indonesië en Thailand, het thuisland van de banaan. De smakelijke banaan moet het dus hebben van zijn wortelstokken en –knollen om zich voort te planten en te verspreiden. En van de mens, want overal waar de zwervende, jagende en verzamelende mens zich tussen de keerkringen tijdelijk neerliet in kampen had hij wel een stukje bananenwortel bij zich en later deden de muzelmannen bij hun uitzwerming over de wereld hetzelfde en de Portugezen zorgen ervoor dat de banaan van extreem oostelijk uiteindelijk extreem westelijk in Zuid- en Midden-Amerika terecht kwam.




           
Welnu, dit favoriete primatenkostje, heeft geen enkele neef of nicht buiten de tropische streken, al zijn er genoeg tropische soorten ondersoorten, variaties en wat die meer zij. Er bestaat geen lullig bv noordwestEuropees plantje dat zich rechtstreeks verwant mag noemen aan de ‘bananenboom’, hoezeer generaties plantkundigen er ook naar gezocht hebben. Dat komt natuurlijk omdat het om een kruidachtig wezen gaat. Een blad vriest nu eenmaal sneller kapot dan een dikke houten tak vol goed beschermde sappige vaten. De banaan vriest op onze breedtegraad tot moes en kan zijn wortels met moeite in de bodem in leven houden om in de lente met moeite weer uit te lopen. Aan bloeien komt-ie niet toe omdat het groeiseizoen te kort en te koud is. Basta!  Als al van de machtige kapokreus niet meer dan een kaasjeskruidje in onze winters overblijft… Trouwens ook binnen het netwerk van tropische plantenfamilies is de banaan moeilijk te plaatsen. Veelal wordt de Strelitzia of Paradijsvogelbloem en de Heliconia (hangende vlezige, spitse felgekleurde bloemen in geel of rood op  juist rechtopstaande) als naaste bananenverwant aangewezen. Onze smikkelbanaan zelf heeft wel een geslachtsnaam Musa, maar geen soortnaam. Daarvoor is de afkomst, de veredeling, de kruising en de selectie veel te duister. Bananen zijn gewoon te lekker, vind ik.       
BUNTER


Eindelijk!
De eerste
Cubaanse
schooldag

 
Blij poseert 'mima' Sofia op haar eerste schooldag. FOTO FLOOR



Twee weken geleden was het dan eindelijk zo ver: Sofia’s eerste schooldag! Het schooljaar was begin september al gestart, maar dankzij starre bureaucraten, onduidelijke overheidsprocedures en onwillige gemeentelijke onderwijsmedewerkers mocht Sofia niet met alle andere pioneritos (basisschoolleerlingen) het schooljaar beginnen. Wekenlang renden Eduardo en ik van de ene instantie naar de andere om toestemming te krijgen voor Sofia om naar school te mogen, maar pas na ettelijke bezoekjes aan de provinciehoofdstad en verschillende telefoontjes naar Havana, kregen we dan toch de vereiste autorisatie. Eerst hadden we Sofia nog wijs proberen te maken dat haar school nog niet begonnen was, maar ze had natuurlijk donders goed door wat er aan de hand was. “Ik kan nog niet naar school want ik heb geen papeles (papieren)”, zei ze wijs als iemand er naar vroeg. Maar ondertussen popelde ze om te beginnen en vroeg ze elke dag wanneer ze nu eindelijk naar school mocht.


 Het duurde even, maar we konden wel vast aan de slag met de lijst van aan te schaffen spulletjes die we van school hadden gekregen:
 
* twee kleine handdoekjes met lus
* twee stoffen servetten
* placemat
* plastic schortje
* klein tasje voor het tussendoortje
* muziekinstrument
* kleine bal
* dansschoentjes
* kleren om in de moestuin te werken
* gymkleren (wit broekje en hemdje)
* schoenendoos
* map om werkjes in op te bergen


Het meeste konden we gelukkig wel weer via de uitgebreide kennissenkring van de familie laten maken van een groot stuk plastic, een paar hydrofiele luiers van de HEMA, een paar oude lappen stof en een wit laken. We hadden van school ook al drie echte schoolboeken gekregen – voorbereidend rekenen, voorbereidend schrijven en ruimtelijk inzicht - en een schriftje, die we netjes gekaft weer bij de juffen moesten inleveren.

 
En toen was het zover: op een woensdag half september gingen we voor het eerst, 8 uur ’s ochtends, Sofia in haar pas gestreken uniform, haren netjes gekamd, witte sokken, dichte schoenen. Die eerste ochtend was het wel een beetje spannend en moest ze een paar tranen laten toe we afscheid namen en haar bij juf Irmina en juf Rogelina achterlieten terwijl ze ochtendgymnastiek in het dauwnatte gras deden, maar toen ik haar voor de lunch weer kwam ophalen, was ze razend enthousiast. “Mama, de jongens heten op school varones (=jongens) en de meisjes mima (=liefje)!” Sindsdien gaat ze zingend naar school en laat zich elke dag gewillig kammen en aankleden. Zo’n schooluniform heet toch ook wel zijn voordelen, er is ’s ochtends nooit discussie over de kledingkeuze. Wel heeft mama er nu verplicht een nieuwe hobby bij: elke avond witte bloesjes strijken.



 Sofia vertelt bijna elke dag dat ze weer een nieuw vriendje heeft gemaakt, hoewel ze de jongens een beetje stout en wild vindt. Ze speelt kok, moeder of manicuri, doet scheur- en schrijfoefeningen, loopt als een cangrejito (krab) en heeft al een heleboel nieuwe liedjes geleerd. Maar ze vond het maar niks dat een jongetje turista tegen haar gezegd had. “Nee hoor, ik ben holandesa én cubana”, had ze geantwoord en zo is het natuurlijk maar net.     
  
FLOOR

woensdag 14 augustus 2013

En waar wonen we nu?



Toch maar
mooi in een
Tropisch Paradijs !!
Per oerhollandse fiets op weg naar het para-ie-so (fonetisch, maar waar is dan die 'd' gebleven?). Sofia en Floor zien het al helemaal voor zich. Kleine Eva heeft haar twijfels, er een hard hoofd in, heet dat. FOTO FLOOR     

 9 augustus 2013

Door al het geregel rondom de verbouwing en het geren om alle papieren bij elkaar te krijgen voor ons verblijf hier, vergeten we nog wel eens dat we toch maar mooi in een “paraíso tropical” wonen nu. Vorig weekend reden we op zaterdag over een hobbelweg tussen de teakbomen door om te zwemmen in een rivier en op zondag gingen we naar het strand om de surfplank die Sofia voor haar verjaardag kreeg uit te proberen. We genoten!
FLOOR

Met pappie in een paradijselijke jungle-rivier. Er zitten daar toch niet van die enge bijtvissen? FOTO FLOOR



Evaatje begin voorzichtig te genieten in de Golf van Mexico aan de paradijselijke Cubaanse kust. Heerlijk, heerlijk, straalt Eduardo. FOTO FLOOR.


Wat krijgen we nou? Eva heeft een kletsnatte, zeezoute luier en wil onverbiddellijk  naar huis! Is er dan toch een einde aan het paradijs?FOTO FLOOR

  

vrijdag 2 augustus 2013

Zomer! Maar wel met een gek begin.




 Pianowerkplaats
 met het zweet
 op de blote rug




Trinidad, 30 juli 2013

Het was een gek begin van de zomer. Eerst was het dagenlang grijs en miezerde het van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds, een hardnekkig langtrekkend lagedrukgebied. Vervolgens vielen we om beurten ten prooi aan een vervelende griep, een echte griep compleet met snotneus, keelpijn en koorts. Dat hadden we niet verwacht hier in de tropen! Daarna trokken de resten van tropische storm Chantal over, weer regen. Maar nu is het sinds een week of wat dan toch echt zomer. Het is warm en vochtig overdag en af en toe valt er ’s avonds een stevige stortbui die de boel weer een beetje opfrist.

Niet alleen blote ruggen, ook nog het begin van een heus bouwvakkersdecolleté! Foto FLOOR

Ja, die banaan is de pisang! Foto FLOOR

Ondanks de zomerhitte werd er hard gewerkt in huize Cornelio. Twee albañiles (metselaars) bouwden met het zweet op de blote rug een (piano)werkplaats in de achtertuin. Eerst werden er een stuk of acht bananenbomen omgehakt (met de machete en met pijn in het hart).

Laat die muur maar eens effe drogen. Foto FLOOR

Cubaanse Zjeng aoaoaon de geng! Foto FLOOR

 Daarna begon het avontuur om alle bouwmaterialen bij elkaar te verzamelen, want je weet hier maar nooit waar er iets te krijgen valt. Dan is opeens het cement weer schaars, dan blijkt het opgekocht te zijn door tussenhandelaren die het in kleinere zakken scheppen en voor een hogere prijs verkopen, dan staat er ineens een paard en wagen voor de deur met de vraag of we nog een paar kubieke meter zand nodig hebben. Om alles bij elkaar te verzamelen heb je een mengeling nodig van geluk, het kennen van de juiste carretoneros (bestuurders van de paardenwagens die voor het transport van bouwmateriaal zorgen) en op het juiste moment op de juiste plek weten te zijn.
 
Met de tropenzon bijna in de lens is toch te zien, dat het opschiet. En lekker vette sjpies! Foto FLOOR
 
Een bananenboom heeft het overleefd. Hoera!Foto FLOOR
 Maar uiteindelijk konden de werkzaamheden toch beginnen. De albañiles leken niet altijd evenveel zin te hebben om door te werken, maar dat schijnt erbij te horen. Zolang ze aan een klus werken, kunnen ze rekenen op lunch en meriendas (tussendoortjes), nee geen trommeltjes met boterhammen hier, werklieden verwachten een flink bord rijst met bonen tussen de middag.
Het lijkt erop dat er wat  'grootsch wordt verricht' in Trinidad. Of is dat te koloniaal en te Indisch? Foto FLOOR


Gelukkig moest er af en toe ook eens een stuk muur of vloer drogen, waardoor er even pauze was en we gewoon lekker een middagje met de meiden naar het strand of op de fiets naar de mirador (de uitkijkplaats over de Valle de los Ingenios, ofwel de Vallei van de Suikermolens) konden. Het gaat goed met de meiden hier, ze lijken de hitte goed te verdragen en ontpoppen zich allebei als echte zeemeerminnetjes. Sofia babbelt Spaans alsof ze nooit anders gedaan heeft en Eva loopt bij-na los. Ook begint ze langzaam wat echte woordjes te zeggen: awa (water) en nene (kindje) bijvoorbeeld. Ik doe natuurlijk mijn best om het Nederlands bij te houden; op dit moment zijn de “liedjes van opa” zoals Sofia ze noemt favoriet en ik word geacht uren achter elkaar “in enen boom een koekoek” of “de uil zat in de olmen” te zingen. Zelfs Eva zingt al mee: “koe-koek koe-koek”.


Ondertussen gaat Trinidad gebukt onder een kleine muggenplaag. Gelukkig had Eduardo nog een oude klamboe van mij ergens in de bagage gepropt, waar Sofia nu onder slaapt. De lokale autoriteiten doen hun uiterste best om de muggen te bestrijden en het lijkt iets te helpen. Regelmatig klinkt er een harde klop op de deur, waarna een kerel met een vervaarlijk uitziend apparaat binnenstapt en het hele huis in de rook zet. We zijn inmiddels aardig getraind: we hebben overal oude lakens liggen die we over de bedden, het speelgoed en losliggende kleren kunnen gooien, aangezien de rook een soort vettig petroleumlaagje achterlaat. Zodra we het geronk van de fumigación in de straat horen, wordt als de wiedeweerga alles bedekt, de meiden aangekleed en gekamd, want na de rookbehandeling wordt je geacht je huis een half uur dicht te houden en zelf op straat te wachten.

Nee, geen Ghostbuster, maar een fumigador (uitroker). Muggen worden uitgerookt in Trinidad. Foto FLOOR

 Daar sta je dan, met alle buren kameraadschappelijk naar de langzaam oplossende slierten rook die uit de kieren van de ramen en deuren komen te kijken. Ook wordt er streng gecontroleerd of niemand stilstaande waterplassen op de patio of in de achtertuin heeft. Heb je je watertanks of varkenshokken niet netjes in orde en worden er muggenlarven gevonden, kun je een fikse boete verwachten. “La gente de los mosquitos”, de mensen van de muggen worden ze genoemd, brigades in grijze uniformen die langs de deuren gaan en de huizen inspecteren.
En zo is het inmiddels bijna augustus.
  Natuurlijk werd er niet alleen gewerkt, maar ook gefeest in huis, want Sofia werd 5 jaar! Er was een grote zelfgemaakt Nijntje-piñata en een grote (niet zelfgemaakte) taart en er waren cadeautjes uit Cuba en Nederland. De jarige baalde er wel nogal van dat niet alle cadeautjes en snoepjes uit de piñata voor haar waren, maar gelukkig maakten de door lieve vrienden meegebrachte HEMA-ballonnen een hoop goed.

FLOOR

Epiloogje van de nachtredactie:

Ter compensatie van het bittere sneuvelen van acht zoete-bananenbomen in Trinidad de Cuba in de achtertuin van huize Cornelio, heeft de dienstdoende nachtredactie enkele prachtige Zuid-Limburgse bananenbomen in het lieflijke straatgehucht H.in het snikhete dorp S. aan de Geleen gevonden.Deze bomen hebben al de nodige gemene Hollandse winters overleefd, vriezen volledig tot pulp, maar lopen elk voorjaar vrolijk weer uit. Of ze ook bloeien en vrucht dragen, waagt de nachtradiateur te betwijfelen.Nog nooit gezien.
Je waant je toch in de tropen in straatgehucht H. te S. Foto BUNTER





     
 
Mira! Nog een in dezelfde voortuin.  Ño,impossibile! Foto BUNTER
B.